Altiplano
Op woensdag 1 november 2006 begon dus mijn tweedaagse excursie in een spacy truck richting het Altiplano. Eerst reden we door de Quebrada del Toro en volgden we grotendeels het spoorwegtraject van el Tren al las Nubes. Dit werd in 1941 aangelegd voor het vervoer van en naar de boraxmijnen in de zoutrijke gebieden bij de Chileense grens, zo’n 300 kilometer voorbij het Viaducto La Porvorilla (dat wij uiteindelijk niet hebben gezien).
In het gehuchtje Santa Rosa de Tasti woonden vroeger duizenden indianen, nu werd de rust slechts even onderbroken door ons bezoek aan het kleine archeologische museum.

De route naar het grensstadje San Antonio de los Cobres, woonplaats van indianen die werken in de koper- en zinkmijnen, bood uitzicht op bergen van rond de 6000 meter. Op het Altiplano (puna) zagen we onder meer lama’s, en iets later schitterde aan de horizon een witte streep ons tegemoet: de Salinas Grandes. Zout, zout en nog eens zout.

Wat een leven...

Daar zijn we dan, op het hoogste punt van de tocht. Hierna volgde een zigzagroute naar beneden terwijl onze gids Edgar bombastische operamuziek opzette. Rechtopstaand in de wind zong het Italiaanse stel in ons reisgezelschap uit volle borst mee, erg grappig.

Bij het dorpje Purmamarca zagen we de Cerro de los Siete Colores (berg met de zeven kleuren, 2100 meter hoog). Grondstoffen als zwavel, ijzer, koper, mergel, kalk en leem veroorzaken de verschillende kleurlagen en geven de ouderdom van het gebergte aan. Zo zijn de groengekleurde lagen al 570 miljoen jaar oud en bestaan de goud- en okerkleurige ‘slechts’ 67 miljoen jaar. Heel bijzonder. In Maimará, waar we overnachtten, was hetzelfde verschijnsel te zien. Hier heet de lokale (t)rots la Paleta del Pintor (het schilderspalet).
In het gehuchtje Santa Rosa de Tasti woonden vroeger duizenden indianen, nu werd de rust slechts even onderbroken door ons bezoek aan het kleine archeologische museum.

De route naar het grensstadje San Antonio de los Cobres, woonplaats van indianen die werken in de koper- en zinkmijnen, bood uitzicht op bergen van rond de 6000 meter. Op het Altiplano (puna) zagen we onder meer lama’s, en iets later schitterde aan de horizon een witte streep ons tegemoet: de Salinas Grandes. Zout, zout en nog eens zout.

Wat een leven...

Daar zijn we dan, op het hoogste punt van de tocht. Hierna volgde een zigzagroute naar beneden terwijl onze gids Edgar bombastische operamuziek opzette. Rechtopstaand in de wind zong het Italiaanse stel in ons reisgezelschap uit volle borst mee, erg grappig.

Bij het dorpje Purmamarca zagen we de Cerro de los Siete Colores (berg met de zeven kleuren, 2100 meter hoog). Grondstoffen als zwavel, ijzer, koper, mergel, kalk en leem veroorzaken de verschillende kleurlagen en geven de ouderdom van het gebergte aan. Zo zijn de groengekleurde lagen al 570 miljoen jaar oud en bestaan de goud- en okerkleurige ‘slechts’ 67 miljoen jaar. Heel bijzonder. In Maimará, waar we overnachtten, was hetzelfde verschijnsel te zien. Hier heet de lokale (t)rots la Paleta del Pintor (het schilderspalet).

<< Home